donderdag 8 september 2011

Plantage Weltevreden deel 2: Geschiedenis

Na enige maanden intensief schrijven over plantages begrijp ik nu veel meer over Weltevreden. De plantage was rond 1747 aangelegd. Dit gebeurde nadat Fort Nieuw-Amsterdam aan de monding van de Surinamerivier en de Commewijne was aangelegd. Met het fort Sommelsdijck op de kruising van de Cottica en Commewijne was het gehele laaggelegen moerassige kustgebied nu beschermd tegen vijandelijke invallen. Nicolaas Freher was degene die de plantage liet aanleggen. In de eerste jaren was er vanuit Holland een grote vraag naar koffie en Freher moet kapitalen hebben verdiend. Hij was in ieder geval in staat een groot huis aan de Herengracht in Amsterdam te kopen en een groot buiten aan de Amstel.
Het aanleggen van een plantage was een enorm karwei omdat de grote hoeveelheid neerslag om drastische maatregelen vroeg. Een plantage was eigenlijk net een polder. In de zware rivierklei moest een enorm stelsel van waterwegen aangelegd worden. Dit was noodzakelijk om het regenwater af te voeren om de koffiebomen niet weg te laten rotten De meeste plantages hadden een streng geometrische opzet. Weltevreden was een uitzondering omdat de sluis naar de Commewijne niet in het midden van de plantage lag, maar aan het einde van één van de zogenaamde loostrenzen (belangrijkste afvoerkanaal). Sluizen waren belangrijk. Het water moest met vloed tegengehouden worden omdat dit brak was en de bomen hierdoor konden sterven.
De plantage was aangelegd als een koffieplantage. Een belangrijk verschil met een suikerplantage was dat het suikerriet in zijn geheel vanaf de velden (akkers) afgevoerd werd. Dat vergde veel vervoer. Daarom werd op een suikerplantage ook een watertransportstelsel aangelegd. In het midden liep dan geen pad maar een vaartrens. Ik leerde ook dat het woonhuis, dat vlak aan de rivier stond, niet de oorspronkelijke woning was. Normaal gesproken werd het gedeelte aan de rivier namelijk niet gebruikt en stond de directeurswoning dus een stuk naar achteren. De woning aan de rivier bleek omstreeks 1890 gebouwd te zijn. Bij stevige wind kon je niet boven zitten, want het hele huis zwiepte heen en weer. Helaas werd dat stukje historie daarom snel platgelegd.
In het midden van de plantage waren nog oude koffiebedden terug te vinden. Koffie had schaduw nodig. Op de meeste plantages werd daar de eerste jaren banaan voor gebruikt. Zo kon er extra geld verdiend worden. Daarna werden schaduwbomen aangeplant, de zogenaamde koffiemama’s. Deze bomen waren inmiddels imposante woudreuzen geworden die volhingen met de prachtigste bromelia’s. Omdat de meeste eigenaren van een plantage zich vooral richtten op de winst op korte termijn werden er veel te veel bomen op een akker geplant. Bovendien werd er vel te lang doorgegaan met het oogsten van dezelfde bomen zonder dat er voor nieuwe aanplant werd gezorgd. Tel daarbij dat er amper bemest werd en het is duidelijk dat de productie van een plantage snel afnam. Na de emancipatie in 1863 was Weltevrden buiten gebruik. Later wordt wel weer geprobeerd cacao te telen, waarvan de verouderde struiken nog terug te vinden waren. Er waren echter weinig werknemers en de productie zal wel niet zo groot geweest zijn.
Begin 20e eeuw schakelden veel plantages in het Commewijnegebied over op de teelt van citrus. Zo ook Weltevreden. Ik heb nooit meer zo’n lekker citrusfruit gegeten! Vooral de grote pompelmoezen waren heerlijk. We ontdekten ook een soort proeftuin waar van allerlei kruisingen stonden. De één nog sappiger dan de ander. Maar het aller-lekkerste waren de zoete oranje vruchten van een enorme mopéboom. Een Surinaams gezegde luidt:
Een buitenlander die deze vrucht eet, zal terugkeren naar Suriname.
Dus wie weet....