zondag 29 mei 2011

Oliepalmplantage Victoria (1)

Bij toeval kwam ik een interessante film over de aanleg van plantage Victoria tegen. Hoog tijd om eens diep in mijn geheugen te spitten naar herinneringen over mijn eerste baan. Een studiegenoot maakte mij, vlak voor mijn afstuderen aan de Landbouw Universiteit van Wageningen, opmerkzaam op vacatures voor de Gemeenschappelijke Plantaardige Oliƫn en Vetten maatschappij in Suriname. Die vroegen om allerlei landbouwkundige functies. Toevallig zat daar ook de functie van Hoofd Landbouwkundige Dienst op Victoria bij. Prima aansluiting op mijn opleiding, dus solliciteren maar. Ik werd al snel aangenomen en vertrok de dag voor mijn diploma-uitreiking naar Suriname, samen met mijn studiegenoot die ook was aangenomen. De eerste maand hebben wij alleen in Paramaribo rondgehangen. Kennis opdoen op het hoofdkwartier in de mr. Lim A Postraat. We waren gehuisvest in de Stadszending van de Evangelische Broeder Gemeente (de EBG). Op de strenge regels na, een prima locatie, midden in de stad.

Na een maand eindelijk verhuisd naar Victoria. Toen we na een lange rit door Brokopondo eindelijk op de plantage aankwamen schoten we van de schrik spontaan in een enorme lachbui. Was dit nu de beroemde plantage? De eerste kilometers kwamen we alleen maar dode bomen tegen. Slachtoffers van Speerrot, een gevreesde ziekte, die was opgerukt vanuit Zuid-Amerika en op zijn weg naar Suriname een spoor van totaal verloren plantages achter zich had gelaten. Uiteindelijk bleek van de ruim 1.500 hectare er nog maar zo’n 200 hectare effectief in productie te zijn. Het was dan ook niet voor niets dat de plantagegebouwen er nog al verwaarloosd uitzagen. Al gauw blek dat dit niet de enige reden voor de terugval was. De plantage lag midden in het gebied van de Tucajanas Amazonia. Die hadden het regelmatig voorzien op de benzine, diesel en accu’s.

Na deze eerste schrik bleek het stafdorp een verademing. Prachtig gelegen aan de Surinamerivier stonden er een paar vrijstaande houten zogenaamde Bruynzeelwoningen in een klein park. Vanuit mijn veranda had ik een schitterend uitzicht op de jungle aan de overkant van de rivier en kon ik ’s avonds genieten van een concert van brulapen. De staf bleek voor het grootste gedeelte te bestaan uit net afgestudeerde Hollanders. Blijkbaar waren die de enigen die voor de, niet zo harde, Surinaamse gulden in het binnenland wilden werken. Dat zorgde toch wel voor een aparte sfeer.
Na een weekendje huis inrichten en kennismaken met de collega’s werd het tijd om aan de slag te gaan.....