zaterdag 23 april 2011

Manumissie en emancipatie

Iedereen die zich een beetje in de geschiedenis van Suriname verdiept komt al snel twee termen tegen: manumissie en emancipatie.

Manumissie is het onder bepaalde voorwaarden vrijgeven van slaven, voor de afschaffing van de slavernij in 1863.Het woord is niet afkomstig uit Suriname, maar komt uit het Romeinse recht. Het is afgeleid van het woord manumissio dat letterlijk betekent: uit de hand wegzenden. Ook andere landen, zoals de Verenigde Staten, kenden dit gebruik. In het begin van de slavernijtijd in Suriname was dit een overeenkomst tussen slaaf en eigenaar, maar al gauw begon het bestuur van de kolonie zich er mee te bemoeien en werd het gebruik van de manumissie sterk ontmoedigd door het heffen van hoge belastingen. Bovendien moest een manumissie goedgekeurd worden door het Hof van Politie. De behandeling van zo’n aanvraag en het verkrijgen van de manumissiebrief duurde erg lang. Om het allemaal nog lastiger te maken werd later bepaald dat een slaaf moest kunnen aantonen dat hij in zijn eigen levensonderhoud kon voorzien als hij vrij kwam.
Onderzoek heeft dan ook uitgewezen dat maar één procent van de slaven hiervan gebruik heeft kunnen maken. Degenen die vrij werden waren echter niet te benijden. Zij waren gebonden aan allerlei regels. Voorbeelden van deze regels waren het uitgaansverbod na negen uur 's avonds, verbod op omgang met slaven, en de plicht hun vroege meesters respect te bewijzen. Omdat ze eigendom waren van het bestuur van de kolonie en niemand zich voor hen verantwoordelijk voelde waren ze eigenlijk vogelvrij en werden vaak nog slechter behandeld dan de slaven.
Toch zijn er ook voorbeelden van vrijgemaakte slaven die goede terecht zijn gekomen. Bekend voorbeelden zijn Anna Julien en haar dochter Elisabeth Buys, die met alle eer begraven werd omdat zij getrouwd was met de toenmalige gouverneur Jean Nepveu.Waarschijnlijk nog bekender is Elisabeth Samson.
Het duurde tot 1850 tot de veelheid van regels en kosten werden vereenvoudigd of afgeschaft. Dit gebeurde onder druk van de voorstanders van de afschaffing van de slavernij.

Dat brengt mij gelijk naar het begrip emancipatie. De term emancipatie wordt in het algemeen gebruikt voor het streven naar gelijkgerechtigdheid, zelfstandigheid of de formele toekenning van gelijke rechten of gelijkstelling voor de wet. Toch komt ook dit woord uit het Romeinse recht en heeft het te maken met het vrijlaten van slaven. Het woord is een samenstelling van het voorzetsel ë (uit) en de woorden manus (hand) en capere (nemen).Het heeft dus veel gelijkenis met manumissie.
In 1840 ontstond in Nederland het eerste verzet tegen de slavernij. Bekende politieke tegenstanders waren Isaac da Costa en Groen van Prinsterer. Wetsvoorstellen om de slavernij af te schaffen ontmoetten echter heel veel weerstand. Ondertussen bleef het verzet tegen de slavernij groeien. Ander bekende tegenstanders waren Teenstra (schrijver van onder andere De landbouw in de kolonie Suriname) en Wolbers (schrijver van onder andere De geschiedenis van Suriname).
Pas in 1863 werd in Nederland de slavernij afgeschaft. Nederland was hiermee, op Portugal en Spanje na, het laatste land in Europa. Deze emancipatie had grote gevolgen voor de Surinaamse maatschappij. De voormalig slaveneigenaren ontvingen voor iedere vrijgelaten slaaf een premie van de Nederlandse overheid, als compensatie voor het wegvallen van het arbeidspotentieel. Dat klinkt natuurlijk al heel vreemd. Deze mensen werden jarenlang onderdrukt en mensonterend behandeld. Als dank daarvoor kregen de voormalige slaveneigenaren dan ook nog een royale som geld toe. Zelden heb ik daarom een woord zo uit zijn verband gerukt gezien.

De slavernij was echter ook nog niet gelijk over. De voormalige slaven werden voor een periode van tien jaar onder staatstoezicht geplaatst. In deze periode waren de vrijgelaten slaven tussen de 15 en 60 jaar verplicht een arbeidsovereenkomst af te sluiten. Deze maatregel was vooral bedoeld om te voorkomen dat de voormalige slaven massaal de plantages zouden verlaten, waardoor de plantage-economie zou instorten. Pas na de periode van staatstoezicht verworven de voormalige slaven het volledig burgerrecht.