vrijdag 18 maart 2011

Plantage Weltevreden deel 1: Grootse plannen

Na zes weken onderzoek te hebben gedaan naar andere plantages eindelijk ook maar eens aan mijn ” eigen” plantage Weltevreden begonnen. Weltevreden of in Sranan Freerie of Freyrie is rond 1845 aangelegd; net als zoveel andere plantages langs de beneden-Commewijne. Dat gebeurde nadat Fort Nieuw Amsterdam klaar was. Het hele gebied tot aan Fort Sommelsdijk (bij de samenvloeiing Commewijne en Cottica) was toen beveiligd. Alle gronden werden uitgegeven in percelen van 500 akkers. De Duitser Nicolaas Freher heeft de plantage aangelegd. Zijn broer Mattheus was trouwens de oprichter van plantage Nijd en Spijt, waar de beruchte Susanne du Plessis later woonde. De gouden dagen van de suikercultuur waren toen allang voorbij en de plantage begon als een koffieplantage.

In de jaren negentig werd de plantage gekocht door de firma H.J. de Vries die van Weltevreden een moderne landbouwonderneming wilde maken. Het plan was om, gebruik makend van het recht van overpad, eerst een weg aan te leggen van Weltevreden naar de Oost-West verbinding. Hierdoor zou de plantage niet meer afhankelijk zijn van vervoer over het water. In een later stadium zouden dan ook de tussengelegen plantages opgekocht en weer in cultuur gebracht worden. Om dat te bereiken werd groot materieel ingezet. Handig dat de Vries ook de importeur was van landbouwmachines! Het idee was om vooral citrus te gaan verbouwen. Kost relatief weinig menskracht en het fruit zou verwerkt worden in Paramaribo, om het daarna in Nederland als sap te verkopen.

Toen mijn vriendin en ik voor de eerste keer aankwamen op Weltevreden was het eerste dat opviel het grote plantagehuis. We zagen het al helemaal zitten om daar te wonen. Mooi groot huis en een schitterend uitzicht over de Commewijne. Helaas, dat ging niet door. Wij werden in een kleinere woning geplaatst die aan het einde van de mahonielaan lag. Ook de voormalige personeelswoningen stonden er nog en waren bewoonbaar gemaakt voor het nieuwe personeel. Voor de bediening van de machines waren een aantal indianen aangetrokken en voor het degelijke handwerk arbeiders uit Guyana. Op de oliepalmplantage Victoria (Brokopondo) had ik al gemerkt dat die gasten enorm hard konden en wilden werken. De eerste taak voor de graafmachines was het openleggen van de hoofdtrens. Tegelijk werd ook de sluis hersteld. Hierdoor kon het brakke water uitgespoeld worden en voorkomen worden dat er nog meer zout water de plantage opkwam. Daarna werden rondom de plantage de waterwegen weer in orde gebracht. Een flinke klus, want de natuur had ondertussen weer haar deel terugveroverd en de hele plantage was behoorlijk vervallen.

Ondertussen waren de Guyanezen bezig de overwoekerde citrusaanplant schoon te maken. Dat was geen pretje. De hele aanplant was vergeven van de giftige slangen en zat vol met bijennesten. Regelmatig zag je dan ook met de machete een klap opzij geven om een slang een kopje kleiner te maken. Als één van hen per ongeluk een bijennest raakte en hij achterna gezeten werd dor een woedende zwerm lag de rest in een deuk van het lachen. Lekker stel!

Wij moesten ondertussen een plan opstellen om de plantage weer in zijn oude glorie te brengen. Daar zaten we dan met zijn tweetjes, ver van de bewoonde wereld, een wereld die twee keer per dag zichtbaar was doordat de postboot heen en weer kwam.

Wordt vervolgd.