zondag 6 maart 2011

Allemaal familie

Ik ben een beetje vast komen te zitten langs de Commetewane. Het gevoel bekruipt me dat ik langzamerhand een kapmes nodig heb om mij door alle familierelaties heen te worstelen. Elke familie lijkt wel verwant met de buren en de namen van eigenaren van plantages lijken soms wel te rouleren. Dat strategisch trouwen wordt soms wel erg ver doorgevoerd. Meermalen zie ik twee broers met de gezusters van een andere plantage trouwen. Mooi voorbeeld zijn de broers Reynsdorp van de gelijknamige plantage die trouwen met de gezusters Craffort van de plantage Fortuyn. Een jaar na trouwen zie je als als eigenaren van plantage Fortuyn N. Reynsdorp en comp. staan. Opvallend is dat Reynsdorp, dat bijna iedereen toch wel kent als Bakki(e), in de Surinaamsche Almanak Pikien (klein) Bakki genoemd wordt en Fortuyn als Bakki te boek staat.
Via allerlei onverwachte invalshoeken begin ik de familiebanden nu wel een beetje te ontrafelen, al gaat het niet zo snel als ik gedacht had. Elke nieuwe ontdekking is dan ook wel veel leuker!

Daarnaast valt mij op dat vrouwen in die tijd toch wel echt het sterke geslacht waren. Hoe vaak ben ik niet als eigenaar erve.. of weduwe… tegengekomen? Regelmatig zie je een vrouw twee of drie keer hertrouwen. Waren de mannen minder sterk? Proefden ze de dram te vaak? Konden ze het oerwoud niet bijhouden en waren ze vroeg kapot? Allemaal vragen en nog geen antwoorden.

Als derde viel mij het grote aantal Fransen op. Ik dacht dat alleen Engelsen, Portugese Joden, Hollanders en Zeeuwen plantages aangelegd hadden. Blijken er ook veel Duitsers en nog meer Fransen te zitten. Die laatste groep kwam vooral als religieuze groepering (de Labadisten) of is, via Holland, uit Frankrijk gevlucht na herroeping van het Edict van Nantes. Ik las trouwens ook dat veel dezelfde franse namen in Zuid-Afrika te vinden zijn. Alleen worden ze niet boeroes maar Boeren genoemd.

En waarom had dan niemand hem tevoren iets verteld van al die verschrikkingen die dit verloren paradijs tot een hel misvormden? De hele wereld kende maar één argument: bezit! Een planter had bezit: meer grond dan hij betreden kon, veel huizen, slaven, vrouwen, macht… Te weinig om de strijd tegen de wildernis voorgoed te winnen.

De lotgevallen van één van die franse families heb ik afgelopen weken in de trein gevolgd in het prachtige boek van Albert Helman: De stille plantage. Daaruit heb ik ook de verklaring “konden zij het oerwoud niet bijhouden”. Helman beschrijft op een bijna beklemmende manier hoe het oerwoud een franse familie in zijn greep krijgt en maakt dat de idealen van de hoofdpersoon langzaam maar zeker verdwijnen tot hij er niet meer tegen kan en wegvlucht, terug naar Europa.
Een aanrader!