zaterdag 12 februari 2011

Bijzondere achternamen

Bij het zoeken naar gegevens over plantages maak ik veel gebruik van genealogie. Veel families doen stamboomonderzoek en zetten hun stamboom op internet. Daarnaast bestaan er veel websites, forums en databases over dit onderwerp. Samen vormen zij een rijke bron van informatie.

Mijn interesse voor de afkomst van achternamen ontstond op plantage Weltevreden. In mijn oude aantekeningen lees ik dat de plantage gekocht is van dhr. Tdlohreg. Dat blijkt een anagram van de naam Regthold te zijn. De oorsprong van deze (en vele Surinaamse achternamen) lag in de emancipatie, de afschaffing van de slavernij in Suriname op 1 juli 1863. In één keer moesten ongeveer 40.000 voormalige slaven, die voorheen alleen bekend waren bij hun voornaam, een achternaam krijgen om te worden ingeschreven in de burgerlijke stand. De voormalige slaven kregen een achternaam toegewezen en hadden daar geen inspraak op.

Bij die toewijzing van achternamen zijn een paar grote lijnen te ontdekken.
Tdolhreg is een voorbeeld van een afleiding van bestaande namen van koloniale families. Soms ging het daarbij om een verwantschapsrelatie, bijvoorbeeld de kinderen die een planter bij een slavin had verwekt, soms was het een verwijzing naar degene tot wiens bezit de naamdragers tot dan toe hadden behoord. Om eventuele juridische consequenties te voorkomen mochten er geen bestaande familienamen worden gebruikt; vandaar het omkeren of door elkaar halen van bestaande namen.
Een andere groep namen heeft betrekking op geografische namen; vaak de namen van de plantages waar deze mensen in slavernij leefden. Half Europa is nu terug te vinden in een grote groep achternamen. De volgende groep betreft achternamen die betrekking hebben op bestaande Nederlandse woorden of een combinatie daarvan. Andere achternamen hebben betrekking op het uiterlijk van personen of het beroep dat ze hadden. Soms drukken deze namen het gevoel van de voormalige eigenaren (in positieve of negatieve zin) uit.
Sommige plantage-eigenaren hadden een systeem aangebracht in hun naamgeving. Zo zie je dat op de plantage Dordrecht (bezit van Brakke, Evertsz en Sijpesteyn de achternamen van de 208 voormalige slaven allemaal met een B, een E of en S beginnen. Op La Prosperité kregen alle 211 slaven een achternaam die begint met de letter P.

De vraag die mij opkomt is; wat dit heeft betekend voor de eigenwaarde, de identiteit van deze mensen. In Nederland is in 1811 door het decreet van Napoleon weliswaar ook de achternaam verplicht ingevoerd, maar mocht men tenminste zelf kiezen. Dan kon je nog trots zijn op de plaats waar je woonde. Maar wat voor band had iemand uit Suriname met, een variant op, een plaats uit Europa? Een plaatsnaam die hem of haar niets zei en alleen maar herinnerde aan het leed dat was doormaakt. Of nog erger, een achternaam te hebben die hem of haar constant herinnerde aan de slavenmeester? Het lijkt mij een wrede laatste uiting van onderdrukking.